Oud regime

Uw lijfrente polis kan onder het zogenoemde oude fiscale regime vallen of onder het nieuwe.

Uw lijfrente valt onder het oude regime indien:

  • U een eenmalige storting heeft gedaan en de ingangsdatum van de polis ligt vóór 01-01-1992
  • U periodiek premies heeft betaald en de ingangsdatum van de polis ligt vóór 16-10-1990

Lijfrente1

*) een voorwaarde die aan de lijfrente gesteld wordt is dat er sprake moet zijn van een reële kans op overlijden tijdens de looptijd. Dit wordt de 'sterftekans' genoemd. Voor een 65 jarige kan als minimale looptijd 1 jaar aangehouden worden. Als de verzekerde jonger is dan 65 jaar of bij een gekozen voortzetting van de uitkering ten gunste van een meeverzekerde nabestaande, zal de minimale looptijd (aanmerkelijk kunnen) toenemen.

Bij oud regime polissen bent u vrij om te kiezen wie de verzekeringnemer, de verzekerde(n) en de begunstigde(n) zijn. U kunt de uitkering bijvoorbeeld schenken aan uw meerderjarige (klein)kinderen door hen als begunstigde aan te merken. Hierdoor worden uitkeringen niet bij u maar bij uw (klein)kinderen belast, het geen fiscaal gunstig kan uitpakken. Dergelijke schenkingen zijn bovendien vrijgesteld van schenkbelasting. Voor partners geldt dat uitkeringen worden belast bij degene met het hoogst persoonlijk belastbaar inkomen.

Nieuw regime

Uw lijfrente valt onder het nieuwe regime indien:

  • U een eenmalige storting heeft gedaan op 01-01-1992 of later
  • U periodiek premies heeft betaald en de ingangsdatum van de polis is 16-10-1990 of later

Lijfrente2

Overbruggingslijfrente

Vanaf 2006 is geen (verdere) opbouw voor een overbruggingslijfrente meer mogelijk. Van uw lopende lijfrenteverzekering mag alléén de waarde van uw lijfrentepolis op 31-12-2005 benut worden voor een overbruggingslijfrente. De opgebouwde waarde tot 2006 kan bij de verzekeraar opgevraagd worden.

Lijfrente voor uw nabestaanden (zowel bij oud als nieuw regime)

U kunt de uitkering na uw overlijden laten doorlopen door uw partner als mede verzekerde op te geven. Zolang één van u beiden leeft, wordt de uitkering dan voortgezet. Dat kan levenslang zijn of, in geval van een tijdelijke lijfrente, uiterlijk tot de einddatum. Doordat de uitkering naar verwachting langer doorloopt, is deze wel lager dan de lijfrente zónder doorbetaling aan uw partner na uw overlijden.

Bancaire lijfrente

Vanaf 2008 kunt u uw vrijkomend lijfrentekapitaal niet alleen laten doorgroeien of laten uitkeren in een lijfrenteverzekering, maak ook via een rentedragende (lijfrente)bankrekening. Ook wel 'banksparen' genoemd. Een belangrijk aandachtpunt hierbij is dat een keuze voor banksparen automatisch tot gevolg heeft dat uw lijfrentekapitaal onder de regels van het nieuw regime valt. Stort u uw oud regime lijfrentekapitaal in een bankspaarproduct, dan gaan de rechten van dat regime dus verloren. Een zorgvuldige afweging (samen met ons) van de mogelijkheden en consequenties is dus belangrijk. Een overbruggingslijfrente bijvoorbeeld is wettelijk niet mogelijk bij banksparen. Voor banksparen geldt dat bij overlijden het saldo van de rekening (of de nog niet betaalde uitkeringen) ter beschikking komt van de erfgenamen. Ga hier naar Bancaire lijfrente.

Kapitaal uit een ontslagvergoeding

Vanaf 2010 kunt u kapitaal uit een ontslagvergoeding rentedragend laten (door)groeien of laten uitkeren via een speciale (lijfrente)bankrekening. Een uitkering kan op ieder gewenst moment ingaan en mag maximaal worden uitgesteld tot en met het jaar waarin u 65 jaar wordt/ AOW gaat ontvangen.
Ga hier naar Bancaire lijfrente of Stamrecht.

Meer informatie over lijfrente?

Klik hier voor meer informatie over lijfrente uitkeren.
Klik hier voor het vergelijken van vrijkomende lijfrente.
Klik hier wanneer uw lijfrente vrijkomt.

Wij nemen graag contact met u op!

Top